Hormoontest vrouw
FSH, oestradiol, prolactine en progesteron uit één afname.
AMH, voluit anti-Mülleriaans hormoon, speelt volgens de NVKC bij vrouwen na de puberteit een belangrijke rol bij de groei en rijping van follikels, de blaasjes waarin eicellen rijpen. De steuncellen rond de kleine follikels maken het, en daarom is de hoeveelheid AMH in het bloed volgens de NVKC een maat voor de follikelvoorraad.
De hoeveelheid AMH daalt bij vrouwen vanaf een bepaalde leeftijd, en bij het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) is ze sterk verhoogd. Hoeveel AMH er in het bloed zit, laat alleen een bloedtest zien.
Star-SHL rekent voor een vrouw van 30 tot en met 34 jaar een AMH tussen 0,71 en 7,59 µg/l tot de normale waarden. Van 35 tot en met 39 jaar hanteert Star-SHL 0,41 tot 6,96 µg/l.
Richttijd maximaal 72 uur, schatting Richttijd: maximaal 72 uur na bloedafname (schatting).
AMH is een maat voor de follikelvoorraad in de eierstokken, en bij vrouwen daalt de waarde met de leeftijd. Star-SHL, Unilabs, Certe en Diagnostiek voor U hanteren voor vrouwen grenzen per leeftijd.
Bekijk de waarde die voor jou geldt:
Kies man of vrouw — dit bereik verschilt per geslacht.
Vul je leeftijd in — dit bereik verandert met de leeftijd.
Dit bereik hangt ook af van bijvoorbeeld cyclusfase of afnamemateriaal; de gemarkeerde rijen gelden voor jouw groep.
| Geslacht | Leeftijd | Referentiewaarde (ug/l) | Verhouding op schaal |
|---|---|---|---|
| Man | 1,43–11,6 ug/l |
1,43
11,6
|
|
| Vrouw | · 20–24 jaar | 1,52–9,95 ug/l |
1,52
9,95
|
| Vrouw | · 25–29 jaar | 1,2–9,05 ug/l |
1,2
9,05
|
| Vrouw | · 30–34 jaar | 0,71–7,59 ug/l |
0,71
7,59
|
| Vrouw | · 35–39 jaar | 0,41–6,96 ug/l |
0,41
6,96
|
| Vrouw | · 40–44 jaar | 0,06–4,44 ug/l |
0,06
4,44
|
| Vrouw | · 45–50 jaar | < 1,79 ug/l |
1,79
|
Bijsluiterwaarde: 5e-95e percentiel per leeftijdsgroep (n = 148 mannen; 150 bij 20-24 jaar; 150 bij 25-29; 138 bij 30-34; 138 bij 35-39; 142 bij 40-44; 169 bij 45-50 jaar). AMH is cyclusonafhankelijk en mag op elke cyclusdag worden geprikt. De referentiegroep gebruikte geen hormonale anticonceptie: gecombineerde anticonceptie verlaagt AMH, waardoor een waarde onder de pil laag kan uitvallen. De ondergrens van 0,010 bij 45-50 jaar is de detectiegrens van de test, niet een gemeten percentiel. Een hormoonreferentiewaarde is assay-specifiek; deze waarden gelden voor de Roche Elecsys-methode.
Bron: Roche Diagnostics Referentiepopulatie: Roche referentiecohort (Elecsys AMH Plus bijsluiter)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Bespreek je uitslag voor uitleg en behandelbeslissingen met je huisarts.
| Laboratorium | Groep | Referentiewaarde (ug/l) | Verhouding op schaal |
|---|---|---|---|
| Star-shl | · Vrouw · 20–24 jaar | 1,52–9,95 µg/l |
1,52 9,95
|
| Star-shl | · Vrouw · 25–29 jaar | 1,20–9,05 µg/l |
1,2 9,05
|
| Star-shl | · Vrouw · 30–34 jaar | 0,71–7,59 µg/l |
0,71 7,59
|
| Star-shl | · Vrouw · 35–39 jaar | 0,41–6,96 µg/l |
0,41 6,96
|
| Star-shl | · Vrouw · 40–44 jaar | 0,06–4,44 µg/l |
0,06 4,44
|
| Star-shl | · Vrouw · 45–50 jaar | 0,01–1,79 µg/l |
0,01 1,79
|
| Star-shl | · Man · 18–50 jaar | 1,43–11,60 µg/l |
1,43 11,6
|
| Unilabs | · Vrouw · 20–25 jaar | 1,22–11,70 µg/l |
1,22 11,7
|
| Unilabs | · Vrouw · 25–30 jaar | 0,89–9,85 µg/l |
0,89 9,85
|
| Unilabs | · Vrouw · 30–35 jaar | 0,58–8,13 µg/l |
0,58 8,13
|
| Unilabs | · Vrouw · 35–40 jaar | 0,15–7,49 µg/l |
0,15 7,49
|
| Unilabs | · Vrouw · 40–45 jaar | 0,03–5,47 µg/l |
0,03 5,47
|
| Unilabs | · Vrouw · 45–50 jaar | 0,01–2,71 µg/l |
0,01 2,71
|
| Unilabs | · Vrouw · 50 jaar en ouder | 0,00–0,05 µg/l |
0 0,05
|
| Unilabs | · Man · 18 jaar en ouder | 0,77–14,50 µg/l |
0,77 14,5
|
| Certe | · Vrouw · 20–25 jaar | 1,22–11,70 ug/L |
1,22 11,7
|
| Certe | · Vrouw · 25–30 jaar | 0,89–9,85 ug/L |
0,89 9,85
|
| Certe | · Vrouw · 30–35 jaar | 0,576–8,130 ug/L |
0,576 8,13
|
| Certe | · Vrouw · 35–40 jaar | 0,147–7,490 ug/L |
0,147 7,49
|
| Certe | · Vrouw · 40–45 jaar | 0,027–5,470 ug/L |
0,027 5,47
|
| Certe | · Vrouw · 45–50 jaar | 0,01–2,71 ug/L |
0,01 2,71
|
| Certe | · Man · 19 jaar en ouder | 0,77–14,50 ug/L |
0,77 14,5
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 19–20 jaar | 1,22–5,97 µg/L |
1,22 5,97
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 21 jaar | 1,30–6,12 µg/L |
1,3 6,12
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 22 jaar | 1,35–6,28 µg/L |
1,35 6,28
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 23 jaar | 1,41–6,45 µg/L |
1,41 6,45
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 24 jaar | 1,36–6,62 µg/L |
1,36 6,62
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 25 jaar | 1,32–6,79 µg/L |
1,32 6,79
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 26 jaar | 1,26–6,88 µg/L |
1,26 6,88
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 27 jaar | 1,20–6,83 µg/L |
1,2 6,83
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 28 jaar | 1,15–6,74 µg/L |
1,15 6,74
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 29 jaar | 1,11–6,52 µg/L |
1,11 6,52
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 30 jaar | 1,07–6,32 µg/L |
1,07 6,32
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 31 jaar | 0,96–5,97 µg/L |
0,96 5,97
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 32 jaar | 0,87–5,63 µg/L |
0,87 5,63
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 33 jaar | 0,79–5,26 µg/L |
0,79 5,26
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 34 jaar | 0,69–4,87 µg/L |
0,69 4,87
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 35 jaar | 0,63–4,54 µg/L |
0,63 4,54
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 36 jaar | 0,55–4,19 µg/L |
0,55 4,19
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 37 jaar | 0,47–3,85 µg/L |
0,47 3,85
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 38 jaar | 0,39–3,52 µg/L |
0,39 3,52
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 39 jaar | 0,31–3,15 µg/L |
0,31 3,15
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 40 jaar | 0,24–2,83 µg/L |
0,24 2,83
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 41 jaar | 0,20–2,54 µg/L |
0,2 2,54
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 42 jaar | 0,14–2,29 µg/L |
0,14 2,29
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 43 jaar | 0,09–2,05 µg/L |
0,09 2,05
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 44 jaar | 0,07–1,80 µg/L |
0,07 1,8
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 45 jaar | 0,05–1,55 µg/L |
0,05 1,55
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 46 jaar | 0,04–1,44 µg/L |
0,04 1,44
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 47 jaar | 0,03–1,32 µg/L |
0,03 1,32
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 48 jaar | 0,02–1,21 µg/L |
0,02 1,21
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 49 jaar | 0,01–1,11 µg/L |
0,01 1,11
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 50 jaar · een grens, geen bereik | < 1,01 µg/L |
1,01
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · 52 jaar en ouder · een grens, geen bereik · na de overgang | < 0,1 µg/L |
0,1
|
| Diagnostiek voor U | · Man · 15 jaar en ouder | 2,26–16,86 µg/L |
2,26 16,86
|
Bron: Star-shl
Bron: Unilabs
Bron: Certe
Bron: Diagnostiek voor U
Elke waarde zoals het laboratorium die zelf publiceert, opgehaald in 2026.
De AMH-test meet de hoeveelheid anti-Mülleriaans hormoon in het bloed, in microgram per liter (µg/l). Volgens de Nederlandse richtlijn voor het oriënterend fertiliteitsonderzoek (het eerste onderzoek bij een stel dat moeilijk zwanger wordt) hangt AMH het best samen met het aantal kleine antrale follikels, de follikels die met een echo te tellen zijn.
Laboratoria hanteren voor vrouwen grenzen per leeftijdsgroep; Unilabs geeft bijvoorbeeld voor vrouwen van 40 tot en met 44 jaar 0,03 tot 5,47 µg/l. Ook voor mannen drukken laboratoria grenzen af, zoals Star-SHL 1,43 tot 11,60 µg/l van 18 tot 50 jaar.
AMH voorspelt volgens de Nederlandse richtlijn voor het oriënterend fertiliteitsonderzoek (het eerste onderzoek bij een stel dat moeilijk zwanger wordt) in behoorlijke mate hoe de eierstokken reageren op hormoonstimulatie, zoals bij ivf. De Europese richtlijn voor ivf raadt AMH of een telling van de antrale follikels aan om een hoge of lage reactie op stimulatie te voorspellen.
Voor de kans op een natuurlijke zwangerschap lijkt AMH geen goede maat. Volgens de Nederlandse richtlijn voor het oriënterend fertiliteitsonderzoek blijkt uit de enige studie die dit prospectief onderzocht dat AMH die kans bij onbegrepen verminderde vruchtbaarheid niet voorspelt. Ook bij vrouwen zonder vruchtbaarheidsproblemen lijkt AMH die kans volgens diezelfde Nederlandse richtlijn niet te voorspellen. De richtlijn adviseert AMH niet te bepalen in het oriënterend fertiliteitsonderzoek.
Over AMH bij het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) verschillen de richtlijnen. De internationale PCOS-richtlijn van 2023 zegt dat AMH bij volwassenen gebruikt zou kunnen worden om polycysteuze eierstokken vast te stellen, maar niet als enige test voor de diagnose PCOS. De Nederlandse bewerking uit 2023 van de internationale richtlijn van 2018 en de NVKC houden vast aan een echo naast de AMH-uitslag.
Voor deze bepalingen hoef je niets speciaals te doen.
Je cyclus maakt hier niet uit
Goed om te wetenDeze waarde schommelt nauwelijks, ook niet door een menstruatiecyclus. Je kunt op elke dag prikken.
AMH wordt volgens de NVKC onder meer bepaald om inzicht te krijgen in de eicelvoorraad bij een vermoeden van een vroegtijdige overgang, en bij onderzoek naar het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS). Volgens de Europese richtlijn over vroegtijdige overgang gaat het daarbij om verlies van de eierstokfunctie voor het 40e jaar. Bij ivf (reageerbuisbevruchting) helpt AMH volgens de Europese ivf-richtlijn de reactie op stimulatie te voorspellen.
Volgens de internationale PCOS-richtlijn kan AMH door de menstruatiecyclus heen variëren. Hormonale anticonceptie kan de waarde ook verlagen, zodat het gebruik daarvan bij het lezen van de uitslag meeweegt.
Een laag AMH past bij een kleinere follikelvoorraad, wat bij vrouwen vanaf een bepaalde leeftijd gebeurt. Na de overgang is AMH volgens de NVKC lager dan 0,1 µg/l.
Een laag AMH kan ook samenhangen met een vroegtijdige overgang, volgens de Europese richtlijn het stoppen van de eierstokfunctie voor het 40e jaar, met een operatie aan een endometriosecyste, met chemotherapie bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd met borstkanker of met hormonale anticonceptie.
Een sterk verhoogd AMH kan volgens de NVKC passen bij het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS), waarbij de eierstokken veel kleine follikels bevatten. Volgens de NVKC moet de AMH-uitslag voor de diagnose worden gecombineerd met een echo. De internationale PCOS-richtlijn van 2023 laat bij volwassenen AMH of een echo toe om polycysteuze eierstokken vast te stellen, maar AMH alleen stelt de diagnose PCOS niet.
Bij een voorspelde hoge reactie op ivf-stimulatie geeft de Europese richtlijn een voorzichtige aanbeveling voor een lagere hormoondosis, om het risico op overstimulatie, een te sterke reactie van de eierstokken, te verkleinen; AMH helpt zo'n hoge reactie te voorspellen.
Leeftijd
De hoeveelheid AMH daalt bij vrouwen vanaf een bepaalde leeftijd, terwijl het FSH stijgt.
Vroegtijdige overgang
Bij een vroegtijdige overgang, waarbij de eierstokfunctie volgens de Europese richtlijn voor het 40e jaar stopt, kan AMH laag zijn. Volgens de Europese richtlijn kan een AMH-bepaling helpen die diagnose te bevestigen als de FSH-uitslag geen uitsluitsel geeft, maar is ze niet de eerste test.
Hormonale anticonceptie
Gebruiksters van hormonale anticonceptie hadden in één onderzoek gemiddeld ongeveer een kwart lagere AMH-waarden dan vrouwen die geen hormonale anticonceptie gebruikten; dat effect bleek omkeerbaar.
Operatie aan een endometriosecyste
Na het verwijderen van een endometriosecyste daalde AMH in een overzicht van onderzoeken gemiddeld, wat wijst op een mogelijk nadelig effect op de eicelvoorraad, al verschilden de onderzoeken onderling sterk.
Chemotherapie bij borstkanker
Bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd met borstkanker daalde AMH tijdens chemotherapie bij de meesten tot onmeetbaar laag en bleef het daarna bij de meesten over het algemeen zeer laag.
Polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS)
Bij vrouwen met PCOS is AMH volgens de NVKC sterk verhoogd, en volgens de NVKC moet de uitslag voor de diagnose worden gecombineerd met een transvaginale echo, een inwendige echo via de vagina.
Vergelijk een AMH-uitslag met het bereik voor de eigen leeftijdsgroep, want dezelfde waarde kan in de ene groep onder het bereik vallen en in de andere erbinnen. Een AMH van 0,5 µg/l ligt bij Unilabs onder het bereik van 0,89 tot 9,85 µg/l voor vrouwen van 25 tot en met 29 jaar. Dezelfde 0,5 µg/l ligt binnen de 0,01 tot 2,71 µg/l die Unilabs hanteert voor vrouwen van 45 tot en met 49 jaar.
Een normale AMH waarde hangt af van de leeftijd en het laboratorium. Star-SHL hanteert voor vrouwen van 25 tot 29 jaar 1,20 tot 9,05 µg/l, en Unilabs voor vrouwen van 35 tot en met 39 jaar 0,15 tot 7,49 µg/l.
Waarschijnlijk niet: volgens de Nederlandse richtlijn voor het oriënterend fertiliteitsonderzoek (het eerste onderzoek bij een stel dat moeilijk zwanger wordt) lijkt AMH bij vrouwen zonder vruchtbaarheidsproblemen de kans op een natuurlijke zwangerschap niet te voorspellen. Die richtlijn adviseert AMH niet te bepalen in dat eerste onderzoek. AMH zegt wel iets over de follikelvoorraad en over de reactie op ivf-stimulatie.
Ja, de pil kan AMH verlagen. In een groot onderzoek lag AMH bij gebruiksters van de combinatiepil gemiddeld ongeveer 24 procent lager dan bij vrouwen zonder anticonceptie.
Een hoog AMH kan wijzen op het polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS), waarbij AMH volgens de NVKC sterk verhoogd is, al stelt AMH alleen die diagnose niet. Bij ivf (reageerbuisbevruchting) helpt een hoog AMH volgens de Europese ivf-richtlijn een sterke reactie op hormoonstimulatie te voorspellen.
Deze panelen meten waarden uit dezelfde categorie als deze marker.
FSH, oestradiol, prolactine en progesteron uit één afname.
Beta-hCG en progesteron uit bloed.
Totaal testosteron uit één afname, bij voorkeur in de ochtend geprikt.
Uitslag zonder beoordeling door een arts
Je ontvangt je waarden met eenheid en referentiebereik. Een beoordeling door een arts hoort niet bij deze site. Bespreek je uitslag voor uitleg en behandelbeslissingen met je huisarts.
AMH (Anti-Mülleriaans Hormoon)
€54,-
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten. Privacybeleid