Bloedtest zwangerschap
Beta-hCG en progesteron uit bloed.
Progesteron is volgens de NVKC, de Nederlandse Vereniging voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde, een hormoon dat voornamelijk in de eierstokken wordt gemaakt, en tijdens een zwangerschap in grote hoeveelheden in de placenta (moederkoek). Na de eisprong maakt het lichaam progesteron om de baarmoederwand klaar te maken voor de innesteling van een eventuele bevruchte eicel.
Progesteron volgt in de cyclus volgens de NVKC een vast patroon, met een piek in de tweede helft, de luteale fase; stijgt en daalt het niet volgens dat patroon, dan kan dat betekenen dat er geen eisprong is geweest of geen menstruatie. Hoeveel progesteron er in het bloed zit, laat alleen een bloedtest zien.
Voor de luteale fase geven de laboratoria sterk verschillende ondergrenzen: 3,8 nmol/l bij Unilabs, 5,82 nmol/l bij Star-SHL, 10,6 nmol/l bij Diagnostiek voor U en 13,1 nmol/l in de toelichting van Certe.
Richttijd 24 uur, schatting Richttijd: maximaal 24 uur na bloedafname (schatting).
Progesteron is een hormoon dat na de eisprong vooral in de eierstokken wordt gemaakt en de baarmoederwand klaarmaakt voor een bevruchte eicel. De normaalwaarde hangt af van de cyclusfase en verschilt sterk per laboratorium: de ondergrens in de luteale fase, de tweede helft van de cyclus na de eisprong, is 3,8 nmol/l bij Unilabs, 5,82 bij Star-SHL, 10,6 bij Diagnostiek voor U en 13,1 bij Certe.
Bekijk de waarde die voor jou geldt:
Kies man of vrouw — dit bereik verschilt per geslacht.
Vul je leeftijd in — dit bereik verandert met de leeftijd.
Dit bereik hangt ook af van bijvoorbeeld cyclusfase of afnamemateriaal; de gemarkeerde rijen gelden voor jouw groep.
| Geslacht | Cyclusfase | Menopauzale status | Referentiewaarde (nmol/l) | Verhouding op schaal |
|---|---|---|---|---|
| Man | < 0,47 nmol/l |
0,47
|
||
| Vrouw | · Folliculair | < 0,62 nmol/l |
0,62
|
|
| Vrouw | · Ovulatie | 0,18–13,2 nmol/l |
0,18
13,2
|
|
| Vrouw | · Luteaal | 13,1–46,3 nmol/l |
13,1
46,3
|
|
| Vrouw | · Postmenopauzaal | < 0,4 nmol/l |
0,4
|
Bijsluiterwaarde: 5e-95e percentiel per subgroep (n = 147 mannen; 142 postmenopauzaal; 85 folliculair; 81 ovulatie; 85 luteaal). Waarden onder de detectiegrens van de test (0,159 nmol/l) worden gerapporteerd als "< 0,159"; bij mannen, postmenopauzale vrouwen en in de folliculaire fase ligt het 5e percentiel daaronder, dus is er geen ondergrens. Het tijdstip van prikken bepaalt de uitslag: een midluteale progesteronbepaling hoort ongeveer 7 dagen voor de verwachte menstruatie (cycluslengte min 7 dagen), niet op een vaste dag 21 — bij een cyclus van 35 dagen is dag 21 nog folliculair. Vlak voor de menstruatie daalt progesteron weer. Een hormoonreferentiewaarde is assay-specifiek; deze waarden gelden voor de Roche Elecsys-methode.
Bron: Roche Diagnostics Referentiepopulatie: Roche referentiecohort (Elecsys Progesterone III bijsluiter)
Referentiewaarden kunnen variëren tussen laboratoria. Bespreek je uitslag voor uitleg en behandelbeslissingen met je huisarts.
| Laboratorium | Groep | Referentiewaarde (nmol/l) | Verhouding op schaal |
|---|---|---|---|
| Star-shl | · Vrouw · folliculaire fase | 0,181–2,840 nmol/l |
0,181 2,84
|
| Star-shl | · Vrouw · ovulatoire fase | 0,385–38,100 nmol/l |
0,385 38,1
|
| Star-shl | · Vrouw · luteale fase | 5,82–75,90 nmol/l |
5,82 75,9
|
| Star-shl | · Vrouw · een grens, geen bereik · na de overgang | < 0,401 nmol/l |
0,401
|
| Unilabs | · Vrouw · 14 jaar en ouder · folliculaire fase | 0–1 nmol/l |
0 1
|
| Unilabs | · Vrouw · 14 jaar en ouder · luteale fase | 3,8–50,6 nmol/l |
3,8 50,6
|
| Unilabs | · Vrouw · 14 jaar en ouder · na de overgang | 0,0–0,6 nmol/l |
0 0,6
|
| Unilabs | · Man | 0,0–1,6 nmol/l |
0 1,6
|
| Certe | · Vrouw · een grens, geen bereik · folliculaire fase | < 0,62 nmol/L |
0,62
|
| Certe | · Vrouw · ovulatoire fase | 0,18–13,20 nmol/L |
0,18 13,2
|
| Certe | · Vrouw · luteale fase | 13,1–46,3 nmol/L |
13,1 46,3
|
| Certe | · Vrouw · 50 jaar en ouder | 0,1–0,5 nmol/L |
0,1 0,5
|
| Certe | · Man · 12 jaar en ouder | 0,2–0,6 nmol/L |
0,2 0,6
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · een grens, geen bereik · folliculaire fase | < 4,5 nmol/L |
4,5
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · luteale fase | 10,6–81,0 nmol/L |
10,6 81
|
| Diagnostiek voor U | · Vrouw · een grens, geen bereik · na de overgang | < 2,3 nmol/L |
2,3
|
Bron: Star-shl
Bron: Unilabs
Bron: Certe
Bron: Diagnostiek voor U
Elke waarde zoals het laboratorium die zelf publiceert, opgehaald in 2026.
De progesterontest meet de concentratie progesteron in serum of plasma in nanomol per liter (nmol/l). Star-SHL meet met een elektrochemiluminescentie-immunoassay en Unilabs met een competitieve immunoassay, en volgens de NVKC kunnen waarden van laboratorium tot laboratorium verschillen.
Progesteron wordt volgens de NVKC gemeten om bij vrouwen de eisprong vast te stellen en om bij zwangere vrouwen een mogelijke buitenbaarmoederlijke zwangerschap of vroege miskraam op te sporen. Een uitslag die past bij de waarden van de luteale fase is volgens de NVKC een aanwijzing dat er een eisprong is geweest.
Heb je een cyclus? Kies de juiste dag
NodigHeb je een menstruatiecyclus? Laat dan bloed afnemen 7 dagen vóór je volgende verwachte menstruatie; is die onregelmatig, prik dan wekelijks tot je menstruatie begint. Zonder cyclus telt elke dag.
Progesteron wordt volgens de Britse NICE-richtlijn bij een vruchtbaarheidsonderzoek halverwege de tweede helft van de cyclus gemeten: op dag 21 van een cyclus van 28 dagen. Bij een langere cyclus kan de meting in een vruchtbaarheidsonderzoek volgens NICE later nodig zijn, bijvoorbeeld op dag 28 van een cyclus van 35 dagen, en daarna wekelijks tot de volgende menstruatie begint.
Een lage progesteron in de luteale fase kan volgens de NVKC betekenen dat er geen eisprong is geweest. Na de overgang is progesteron laag: Star-SHL geeft dan minder dan 0,401 nmol/l en Unilabs 0,0 tot 0,6 nmol/l.
Een hoge progesteron komt voor in de luteale fase en tijdens de zwangerschap: volgens de NVKC stijgt progesteron in de zwangerschap tot 50 tot 1440 nmol/l, met extra sterke stijgingen bij een meerlingzwangerschap. In zeldzame gevallen wordt de test volgens de NVKC met andere tests aangevraagd om defecten in de aanmaak van steroïdhormonen vast te stellen.
Geen eisprong
Als progesteron in de cyclus niet stijgt en daalt volgens het normale patroon, kan dat betekenen dat er geen eisprong is geweest, geen menstruatie, of allebei.
Hard sporten, ondergewicht of overgewicht
De kans op een eisprong kan kleiner zijn bij heel hard sporten, snel afvallen, te weinig wegen of overgewicht, en zonder eisprong blijft progesteron in de tweede helft van de cyclus laag.
Bloed op een andere cyclusdag
Progesteron dat vóór de tweede helft van de cyclus wordt gemeten, ligt lager dan de waarde voor de luteale fase; de Britse NICE-richtlijn adviseert halverwege de tweede helft te meten, op dag 21 van een cyclus van 28 dagen en bij een langere cyclus later, bijvoorbeeld op dag 28 van een cyclus van 35 dagen.
Na de overgang
Na de overgang is progesteron laag; Star-SHL hanteert dan minder dan 0,401 nmol/l.
Een vroege zwangerschap die niet goed verloopt
Als progesteron in de vroege zwangerschap onvoldoende stijgt, kan dat een extra aanwijzing zijn voor een buitenbaarmoederlijke zwangerschap of een vroege miskraam.
Na de eisprong
Progesteron volgt een vast patroon in de cyclus, met een piek in de tweede helft, de luteale fase, na de eisprong.
Zwangerschap
Tijdens de zwangerschap stijgt progesteron en ligt het tussen 50 en 1440 nmol/l, met extra sterke stijgingen bij een meerlingzwangerschap.
Progesteron als medicijn
Progesteron dat als medicijn wordt gegeven, bijvoorbeeld vaginaal bij een vruchtbaarheidsbehandeling, wordt in het bloed gemeten.
Een progesteronuitslag bespreekt u met uw huisarts, samen met de cyclusdag waarop het bloed is afgenomen. Stress, heel hard sporten, zwaar werk, snel veel afvallen, te weinig wegen en overgewicht kunnen volgens Thuisarts de kans op een eisprong verkleinen.
Een progesteronuitslag die bij de luteale waarden past, noemt de NVKC een aanwijzing dat er een eisprong is opgetreden. Volgens de NVKC is een eisprong aangetoond wanneer progesteron ergens in de tweede helft van de cyclus boven een bepaalde concentratie uitkomt, een grens die meestal rond 40 tot 50 nmol/l ligt.
Ja, de normaalwaarde van progesteron verschilt per laboratorium, en volgens de NVKC kunnen ook andere eenheden worden gebruikt. Als ovulatoire waarde noemt Unilabs bijvoorbeeld 15 nmol/l, met de toevoeging dat die waarde kan worden aangehouden.
Progesteron stijgt volgens de NVKC tijdens de zwangerschap, en later in de zwangerschap maakt vooral de placenta het. Een onvoldoende stijging in de vroege zwangerschap kan volgens de NVKC een extra aanwijzing zijn voor een buitenbaarmoederlijke zwangerschap of een vroege miskraam.
Deze marker is opgenomen in de volgende testpanelen.
Beta-hCG en progesteron uit bloed.
FSH, oestradiol, prolactine en progesteron uit één afname.
Uitslag zonder beoordeling door een arts
Je ontvangt je waarden met eenheid en referentiebereik. Een beoordeling door een arts hoort niet bij deze site. Bespreek je uitslag voor uitleg en behandelbeslissingen met je huisarts.
Progesteron
€34,-
We gebruiken cookies om het sitegebruik te analyseren en de effectiviteit van advertenties te meten. Privacybeleid